Roos speelt vaak bij Koos.
Ze woont naast hem.
Koos brengt kof-fie bij papa.
Die werkt in de wei.
In de wei zijn bloe-men.
Koos heeft een plan.
En Roos doet mee.
Koos plukt bloe-men.
En Roos ook.
Ze doen de bloe-men in de kar.
De kar van de skel-ter.
Koos rijdt weg.
Roos zit naast hem.
Koos roept heel hard:
Bloe-men te koop.
Het geld is voor een arm land.